“Bilderbergers weten hun onderlinge, informele contacten met hun collega’s uit de top van de politiek, het bedrijfsleven, de financiële wereld, de wetenschap, de werkgevers- en werknemersorganisaties en niet te vergeten de media naar waarde te schatten, al liggen de harde bewijzen daarvoor niet voor het opscheppen. De contacten zijn nuttig voor de politiek en het bedrijfsleven, maar zijn ook in particulier opzicht van belang: Bilderbergers kunnen altijd moeiteloos informeel contact met elkaar opnemen. Bilderberg is een internationaal netwerk dat per definitie weinig last heeft van pottenkijkers; het besprokene blijft vertrouwelijk en binnen ‘eigen’ kring. Daarin schuilt zijn kracht.”

Dit is een van de conclusies van Gerard Aalders, als researcher verbonden aan het NIOD.
In zijn boek ‘De Bilderberg conferenties’ beschrijft hij in vogelvlucht de geschiedenis van dit illustere gezelschap dat in 1954 door prins Bernhard met behulp van CIA gelden is opgericht met het doel een dam op te werpen tegen het anti-amerikanisme.

Aalders schrijft dat er op de conferenties geen besluiten worden genomen of resoluties worden aanvaard. “Dat is een zaak van nationale regeringen.” Maar dat neemt niet weg dat “het onvermijdelijk is dat er enigerlei vorm van beïnvloeding plaatsvindt op het economische en politieke denken en dus ook op de besluitvorming van de landen die op Bilderberg zijn vertegenwoordigd.”
Tijdens de gesprekken die zich in vertrouwelijke en vriendschappelijke sfeer van Bilderberg afspelen, worden mensen beïnvloed, dat is zeker.
Volgens Aalders zijn de Bilderberg conferenties ook niet vrijblijvend, zeker niet zoals de Bilderbergers dat graag willen laten geloven. “Het is nauwelijks voorstelbaar dat de meerdaagse bijeenkomsten geen enkel spoor zouden achterlaten in het handelen en denken van de Bilderbergers. Zeker gelet op de ledenlijst en de daar vermelde connecties met de absolute politieke, financiële en economische wereldtop (en niet te vergeten de kruisverbanden met de Trilaterale Commissie, de zeer invloedrijke Council on Foreign Relations en de verschillenden toonaangevende denktanks) lijkt dat een naïeve gedachte.”

Er is sprake van overlappingen tussen diverse toporganen. Gemiddeld is ongeveer een derde van alle Bilderbergers afkomstig uit de Verenigde Staten. Een meerderheid van hen is lid van de Council on Foreign Relations. Een aantal zijn lid van de Trilaterale Commissie, net als van de overige West-Europese leden. Dat een flink aantal van hen elkaar ook ontmoet in allerlei informele ambiences, jaarlijkse retraites op verafgelegen kastelen, in exclusieve resorts ver van de bewoonde wereld, country clubs en golfclubs is een feit.
“Dat die gecombineerde lidmaatschappen hun persoonlijke netwerken (en daarmee hun eigen invloed) enorm doen uitdijen, hoeft geen betoog. Daarnaast zaten en zitten Bilderbergers vaak in de directie van wereldomspannende multinationals en wereldwijd opererende banken. Dat is vooral in de Verenigde Staten meermalen het geval geweest. In het licht van deze duizelingwekkende politieke en economische machtsconcentraties krijgt de bewering dat Bilderberg geen invloed zou hebben iets potsierlijks.”

Aalders weet ook dat voor het begin van de conferenties zg. rapporteurs een discussiestuk schrijven dat voor de aanvang aan alle deelnemers wordt verspreid om ter zitting te worden besproken.
Vaak worden er mensen uitgenodigd die uiteenlopende meningen hebben over diverse onderwerpen. Door discussies vindt er een wederzijdse meningsuitwisseling plaats die bevruchtend kan werken. Niemand staat zijn eigen belangen te verdedigen op een conferentie. Er is geen enkel toezicht op de dingen die gezegd worden. Bilderbergers zijn aanwezig op persoonlijke titel. Maar de onderwerpen die besproken worden raken wel het algemeen belang.
Door onderlinge discussies kunnen “meningsverschillen op voorhand worden gereduceerd en verschillende visies tegen elkaar worden afgewogen. Op zijn minst levert dat de politici en bewindslieden die Bilderberg bezoeken een tactische voorsprong op.”

Bij de Bilderbergers is het “volstrekte gebrek aan openheid -dat tegelijkertijd de bestaansvoorwaarde voor Bilderberg is- die ter discussie kan worden gesteld.” Iedereen heeft een zwijgplicht, zelfs de aanwezige vertegenwoordigers van de internationale pers. En iedereen gaat vrijwillig akkoord met deze zwijgplicht. Als je je als geïnviteerde niet met deze ongeschreven regels wil instemmen, kun je een volgende uitnodiging wel vergeten.

“Niet zozeer de onderwerpen, maar de schimmige sfeer en de voorwaarden waarop de conferentie plaatsvindt, zouden aanleiding kunnen zijn voor kritiek. Dat dit tot dusverre niet tot discussies heeft geleid over het gekonkel van politici en vakbondsleiders in de beslotenheid van Bilderbergse achterkamertjes, lijkt vooral te danken aan de berichtgeving over Bilderberg, of liever gezegd het ontbreken daarvan. In de meeste gevallen beperkt zich die immers tot een berichtje dat een conferentie is begonnen of juist is afgerond. Als er al iets over wordt gepubliceerd”, aldus Aalders.

Andreas von Bülow, voormalig staatssecretaris van het Duitse ministerie van defensie en minister van Onderzoek en Technologie in de jaren tachtig, schrijft in het nawoord dat hij ook een enkele maal is uitgenodigd voor een Bilderberg conferentie, maar ook bij de Council on Foreign Relations.
Von Bülow is momenteel auteur van diverse zeer kritische boeken waarin hij grote vraagtekens plaatst bij de officiële versie van de aanslagen van 11 september 2001.
Von Bülow over de Bilderberg conferenties: “Het uitgangspunt van deze club is best zinnig. Men brengt invloedrijke leiders uit de hele wereld bijeen om samen de toestand in de wereld te bespreken. Er moet open met elkaar gediscussieerd kunnen worden, zonder dat de pers alles naar buiten brengt. Hoofdredacteuren worden uitgenodigd onder de voorwaarde over hetgeen zij vernemen te zwijgen. Wie de regels overtreedt, wordt niet meer uitgenodigd. (…) Omdat er helaas veel te veel mensen worden uitgenodigd, de vele sponsors niet te vergeten, is het congres over het algemeen saai tot oersaai. Veel interessanter zijn de ontbijten en lunches waarbij de belangrijkste spelers aanschuiven. Daar wordt langetermijnpolitiek besproken.”
Von Bülow verder: “Bilderberg is echter niet de spil van de wereldpolitiek of hét centrum voor globale samenzweringen.”

Jan Huyghebaert, voorzitter van de Belgische Almanij groep, was in 2000 op de conferentie.
In juni van dat jaar, kort na het einde van de conferentie, werd hij geïnterviewd voor het Belgische dagblad De Morgen.
Huyghebaert maakt zich sterk dat een Bilderberg-conferentie géén sluipende besluitvorming is. “Grote geheimen vallen hier niet te rapen. Het is een forum waar informatie uitgewisseld wordt over bijvoorbeeld de uitbreiding van Europa. Op die manier krijgen de Amerikanen de kans de structuren van Europa te begrijpen. Omgekeerd is het voor de Europeanen dan weer leerrijk om de relatie tussen Democraten en Republikeinen te doorgronden.”
De discussies beperkten zich tot een uitwisseling van ideeën. Verslagen of resoluties worden niet opgesteld. Er zijn ook geen besluiten genomen, volgens Huyghebaert. “Het is niet de bedoeling tot op het bot te discussiëren. De afspraak is ook dat de deelnemers later niet uit de biecht klappen, opdat iedereen vrijuit zou kunnen spreken.”

In een interview in Vrij Nederland in oktober 1989 met de toenmalige secretaris-generaal van de Bilderberg conferentie, Ernst van der Beugel, werd duidelijk hoe groot het netwerk van deze industrieel was. Van der Beugel: “Samen op Bilderberg te zijn geweest schept een band. Je bent ineens toegankelijk voor elkaar. Het heeft ook een prestige-element. Ik geloof niet dat ooit iemand een uitnodiging heeft geweigerd. Bilderberg heeft nog steeds grote ‘convening power’.” En: “Je ontmoet mensen die je anders nooit zou hebben ontmoet.”  Van der Beugel overleed in 2004.
Zijn opvolger Victor Halberstadt werd door het NRC Handelsblad in maart 1999 de man “met het meest waardevolle adressenboekje genoemd.” Volgens een PvdA politicus is hij een ‘supernetwerker’, en “iemand die weet hoe dit land in elkaar zit.”