De Amerikaan Patrick Basham, van het “Center for Representative Government of the Cato Institute” heeft een overzicht geschreven over de stand van zaken in Irak. Hij heeft hiervoor 222 bronnen geraadpleegd, zich afvragend of het land democratisch kan worden.

Het is in andere Arabische landen niet of nauwelijks gelukt, omdat er geen goed fundament voor was. Het idee was wel populair, maar dat alleen is niet genoeg . Bovendien moeten werkelijk alle lagen van de bevolking erachter staan, om een politieke cultuur op te bouwen.


Men moet elkaar kunnen vertrouwen, sociaal tolerant zijn, politieke vrijheid belangrijk vinden, met praktische zin.

Dit is helemaal iets nieuws in Irak . Het is er nog nooit geweest. Er moeten personen gekozen worden, die in staat zijn toezicht te houden op een eensgezind, doorzichtig bewind. Er moet geen diepe afgrond ontstaan tussen vrijheid en democratie, zoals in andere Islamitische landen is gebeurd.
Irak zucht nog onder de restanten van Arabisch nationalisme en fascisme. Dat is in meerdere of mindere mate verdeeld over 150 volksstammen. Elke stam bestaat uit gezinnen, die familie zijn van elkaar (huwelijken van nichten en neven). Andere mensen zijn voor hen vreemdelingen. Persoonlijk, maatschappelijk en politiek.
Wie zich omhoog werkt tot een leidende positie in zo’n uitgebreide familie, heeft de macht en wordt vaak bejubeld. Als die leiders samenwerken kan er een politieke partij ontstaan, zoals de Baath partij van Saddam Hoessein was.

Hetzelfde patroon bestaat bij de Koerden, die feitelijk een volk apart zijn in het noorden van Irak. Ze hebben een eigen leger van 25.000 “peshmerga” (vechtende mannen) en staan welwillend tegenover de Amerikanen. Een afzonderlijke groep bestaat uit Turkomen (8000 soldaten) Er bestaan hier en daar in Irak groepjes die hun voorbeeld volgen.
Zij hebben verschillende opvattingen, maar zijn meestal wel moslims.
Zij kijken naar Turkije, dat erin is geslaagd een eenheid te vormen   ondanks diverse stromingen, waardoor de welvaart daar is toegenomen. Een vrije economie spreekt weldenkende lieden in Irak dan ook wel aan. Als ze de meeste van de 150 volksstammen op hun hand krijgen,
hebben ze toekomst. De vorming van (nieuwe) politieke partijen ligt hen niet. Slechts vijf procent van de inwoners van Irak wil geregeerd worden door politici (blijkens een enquête in juni 2003). Voor 47% is een regering die de Islam centraal stelt ideaal (werd gezegd). Voorlopig is de hele zaak nog een wespennest. Er lopen veel heetgebakerde figuren rond, met inbegrip van communisten en socialisten, die elkaar het brood in de mond niet gunnen.

Van alle 18 provincies zijn de noordelijke het verst gevorderd op weg naar de democratie, naar het model van Afghanistan, waar een voorlopige regering bestaat, geleid door president Hamid Karzai, in de hoofdstad Kabul. Hij heeft niet veel gezag over de stamhoofden in zijn land.
In Irak bestaat nu een kleine raadgevende vergadering, waarin 13 Shiites, 5 Sunni’s, 5 Koerden, 1 Christen en 1 Turkoman zitting hebben. Men hoopt tegen het einde van 2005 een grondwet klaar te hebben. Gevolgd door verkiezingen. Nu is dat nog onmogelijk omdat er nog anti-Amerikaanse volksophitsers rondlopen, die geen belangstelling hebben voor recht en orde.
Minder dan 60% van de bevolking van Irak kan lezen en schrijven. De politieke gezagsdragers zullen het hen niet verwijten, want ze willen niet lastig zijn. Naar mate de welvaart zal toenemen, zal de rechtstreekse invloed van de Islam afnemen.