Water is een mensen­recht, geen handelswaar’

Zoet water wordt schaars. Miljoenen mensen op de wereld hebben nu al een tekort aan drinkwater.
De mondiale zoetwater voorraad bedraagt een half procent van alle water op aarde. ‘Dit beschikbare zoete water is een algemeen en publiek erfgoed, een gezamenlijke erfenis die beschermd moet worden voor iedereen en voor Moeder Natuur’.

Regeringen over de hele wereld geven hun autoriteit weg aan private ondernemingen die er een handel van maken om natuurlijke hulpbronnen, met name zoet water, te exploiteren. Privatisering en commercialisering van het water is het thema dat de komende jaren gaat spelen.
Water en de waterbehoefte is een fundamenteel mensenrecht en mag geen verhandelbaar of verkoopbaar object worden. ‘Waterbedrijven, producenten van gebotteld water en frisdrankgiganten leggen beslag op het water van onze planeet. Bronnen worden leeggepompt en verkocht aan de hoogstbiedende – en dat is meestal niet de lokale bevolking. Deze praktijken verwoesten ecosystemen en beroven samenlevingen overal ter wereld’.

Dit schrijven Maude Barlow en Tony Clarke, twee Canadese milieuactivisten die zich verzetten tegen de kwalijke aspecten van de globalisering. Barlow is voorzitter van de Council of Canadians, een beweging van verontruste burgers.
Clarke is voorzitter van het in 1997 opgerichte Polaris Institute. Het Polaris Institute in Ottawa publiceert over de onethische praktijken van de watermultinationals, de wapenconcerns en de farmaceutische business.
Beiden auteurs werpen zich op tegen de z.g. ‘Washington Consensus’, een economisch model geworteld in het geloof dat de liberale markteconomie de enig mogelijke en beste economische keuze voor de hele wereld is. Een model gebaseerd op de doctrine van internationaal concurrentievermogen.

Een handvol ondernemingen, gesteund door de Wereldbank en het Internationaal Monetaire Fonds en geadviseerd door de Wereld Handelsorganisatie, de GATT/GATS organen, bepaalde VN-commissies, waterexperts, denktanks en handelseconomen, plegen een agressieve overname op het beheer van openbare watervoorzieningen. Daardoor stijgen prijzen voor de lokale bevolking en wordt het waterprobleem in de Derde Wereld alleen maar nijpender.
Ook verliezen overheden steeds meer de controle over watervoorzieningen voor huishoudelijk gebruik. Grote ondernemingen, die hun marketingstrategie gebaseerd hebben op het wereldwijd privatiseren van waterdiensten, kunnen zich op basis van internationale handelsakkoorden, toegang verschaffen op de lokale watermarkt.

Niet alleen voor irrigatie, maar ook voor de grote industrieën overal ter wereld worden gigantische watervoorraden verbruikt. Industriële en chemische vervuiling van ondergrondse watervoorraden en grondwater, neemt in vele landen dramatisch toe, door tal van redenen. Er vinden momenteel verontrustende ontwikkelingen in de Verenigde Staten, Mexico, het Midden-Oosten en China plaats.
Ook in talloze Afrikaanse landen dalen de ondergrondse waterpeilen drastisch. Zolang waterontginning twee keer sneller gaat dan de natuurlijke aanvulling, met nog steeds een toenemende wereldbevolking, het oprukken van de woestijn, ontbossingen, overexploitatie, wordt allengs duidelijk dat zich een ecologische en humanitaire ramp aan het voltrekken is. Toegang tot schoon water en beheersing van waterstromen zal conflictstof van de eerste orde worden.

Water is al een schaars goed in Afrika en als een overheid dan ook nog gaat bezuinigen op water en sanitaire diensten en watertoevoer afsluit voor degenen die hun waterrekening niet kunnen betalen, dan neemt het aantal sterfgevallen door dorst, uitdroging en cholera in hoog tempo toe, zoals in KwaZulu-Natal in augustus 2000, waar 220 mensen stierven van de cholera, dit als gevolg van waterreductie onder druk van de Wereldbank.
Sterker nog: onder druk van het IMF en de Wereldbank heeft de Indiase regering om haar inkomsten te verzekeren en haar schuldenlast af te betalen, waterrechten verkocht aan mondiale waterbedrijven zoals Vivendi en Suez.

Er zijn tal van hightech bedrijven die traditionele waterrechten in de wacht slepen of opkopen zonder te moeten betalen voor zuivering van besmet water. Deze industrieën oefenen druk uit op overheden voor subsidies en betalen dus minder dan de particuliere watergebruiker.
En niet alleen deze bedrijven, tal van multinationals zijn inmiddels zo invloedrijk geworden, dat ze de macht hebben om regeringen wetgeving en akkoorden om te laten buigen in hun voordeel.
Het economische globaliseringbeleid van de nationale staten bevoordeelt deze activiteiten nog eens. De vraag is hoe lang water nog behouden wordt als een publieke dienst, geleverd en beschermd door de overheid.
Als de vrije markt, onder invloed van de wetten van de vrijhandelsakkoorden, de kostprijs van water gaat bepalen, gaat dit ten koste van miljoenen mensenlevens in de Derde Wereld. Water wordt een onbetaalbaar goed. Eenmaal in gang gezet, zijn deze ontwikkelingen niet meer terug te draaien.

De belangrijkste hoofdrolspelers in deze commercialisering van de wereld watervoorraden zijn het Franse Vivendi Universal en Suez, maar ook Nestlé (beheert 68 merknamen in gebotteld water), Unilever, het Amerikaanse bedrijf Bechtel en het Duitse RWE.
Met name de eerste twee hebben het monopolie over zeventig procent van de wereldwatermarkt. Zij bezitten en controleren belangen in waterbedrijven in meer dan 130 landen over de gehele wereld. Beide bedrijven adviseren en privatiseren stedelijke waterdiensten, waarna de waterprijzen voor de lokale bevolking meestal omhoog schieten.
Suez is bovendien tevens een grote leverancier van gas en elektriciteit. Behalve met water houdt Vivendi zich ook bezig met media- en telecommunicatie activiteiten. Aan de praktijken van deze waterbaronnen wordt uitgebreid aandacht besteedt in ‘blauw goud’.

Er blijken geheime afspraken en verdragen te bestaan tussen deze mondiale waterbedrijven en overheden. Deze verdragen (BIT’s) leveren de aanvullende economische en politieke invloed die nodig is om markten en voorraden open te breken. Deze BIT’s zijn ontworpen om investeringsrechten van ondernemingen uit elk land te garanderen.
Er bestaan geheime verdragsclausules om overheden onder druk te zetten mochten ze hun eigen watermarkt te veel beschermen. Weinig politici zijn op de hoogte van het bestaan van dit soort verdragen en clausules. De rechten van de soevereine staat worden steeds meer afgeknepen en corruptie komt voor.
Beide auteurs noemen bij voorbeeld de NAFTA bepalingen die regeringen tal van handelsactiviteiten verbieden en hun zelfs economische sancties op kunnen leggen. De WTO heeft in afwijking van elke andere mondiale macht zowel rechterlijke als wetgevende macht.

Anderzijds zijn er overheden die hun totale openbare waterleverings- en behandelingssysteem aan waterbedrijven hebben verkocht, zoals in het Verenigd Koninkrijk. Publieke controle, transparantie en het stellen van waterkwaliteitseisen hebben dan opgehouden te bestaan.

Blauw goud is tevens een beschrijving van de activiteiten van mondiale financiële instellingen en hun regionale filialen,  centrale overheidsbanken, regionale ontwikkelingsbanken, nationale banken, allen vervlochten met de belangen van deze wereldwaterbaronnen. Vertegenwoordigers van deze waterondernemingen zijn strategisch geplaatst op topniveaus van deze mondiale instanties.
Privatisering van publieke watersystemen blijkt al in diverse landen door de internationale bankwereld te worden afgeperst, als voorwaarde voor een schuldaflossing of een nieuwe lening.

Ook water als doelwit van speculanten op financiële markten is een dreigend gevaar. Gokken op prijsfluctuaties maakt de waterhandel tot een roulettespel. Inmiddels zijn er ook de eerste virtuele markten voor water.

De totale omvang van het massatransport van water in bulk door leidingen en vervoer door supertankers neemt sterk toe. De mondiale handel in gebotteld water groeit explosief. De jaarlijkse inkomsten van de waterindustrie zijn nu al hoger dan die van de farmaceutische industrie.

Blauw goud is een indringend boek, aangrijpend, onthullend zelfs. Het geeft een goed beeld van de handel in water. Een activiteit waar het grote publiek nauwelijks over geïnformeerd is.

Het is nog niet te laat om de ijzeren wurggreep van de enkele mondiale en monopoliebeluste ‘waterkartels’ te breken. Water is een gemeenschappelijk basisgoed voor elke menselijke samenleving. Het is nee tegen de verwerking en verdeling van water volgens winstprincipes van de vrijhandel en de grondbeginselen van het marktplein. Er kan nog teruggevochten worden.
Blauw goud, hoe kan het anders, besluit met een tien stappenplan voor waterzekerheid, waterbehoud en waterrechten.

Maude Barlow & Tony Clarke: Blauw goud – de strijd tegen de privatisering van water door multinationals, Lemniscaat, Rotterdam, 2003, 280 pag.

Trefwoorden:  , , ,