In de VS is het symbool van de republikeinse partij een olifant, die dan ook dikwijls wordt afgebeeld in spotprenten, maar dat vinden de partij-leden niet belangrijk. Sinds de verkiezingen van vorig jaar (in november) hebben ze er geen geheim van gemaakt, dat het een heel karwei is, het land weer in het gareel te krijgen, terwijl de democraten nog op vele sleutelposities zitten.


Bovendien zijn niet alle olifanten even knap, handig, sterk en betrouwbaar in hun politieke bezigheden. In elke staat, waaruit de VS bestaat, is de situatie anders. Soms hebben de republikeinen zo’n kleine meerderheid, dat hun politici zich in bochten moeten wringen om hun groep bij elkaar te houden, want er is nogal eens onderlinge verdeeldheid over verschillende onderwerpen.

Rob Gurwitt vestigt hierop de aandacht in het maandblad ‘Governing’. Het is een groot probleem, wanneer in een bepaalde staat, zoals Montana, de republikeinen een ruime meerderheid hebben en hun kiezers willen laten zien, dat ze hun beloften kunnen nakomen, maar gouverneur Marc Racicot is een man die populair wil zijn en blijven bij alle partijen. Dus voorstellen, die de democraten niet aanstaan, remt hij af. Dat is politiek in de praktijk: het stelt de kiezers teleur, die veertig jaar hadden gewacht op het verslaan van de democraten. Jarenlang heeft hij op een vriendschappelijke basis samengewerkt met zijn democratische voorganger Vern Riffe, maar nu moet hij scherp stelling nemen, zoals zijn partij van hem verwacht. Hij heeft wetsvoorstellen moeten intrekken, waaronder een opheffing van een belasting op soda die een belangrijke bron van inkomsten is. Hij heeft verzucht: ‘Wees voorzichtig met iets te vragen: misschien krijg je het’. Het valt tegen.

Over het algemeen hebben de republikeinse kiezers wel begrip voor de de situatie, maar ze doen geen water in hun wijn. Sociale diensten moeten veranderd worden, misdadigers moeten zwaarder worden gestraft, de straten en wegen moeten veiliger worden, bepaalde belastingen behoren zo spoedig mogelijk te worden verlaagd.

Onder de democraten heerst nog grote verwarring in verscheidene staten; ze weten niet wat ze met de gewijzigde verhoudingen aan moeten. In staten waar ‘christelijk rechts’ veel aanhangers heeft, stuiten de beide grote partijen op felle tegenstand om voorstellen aangenomen te krijgen, waarover ze het met veel moeite al voor de verkiezingen eens geworden waren, zoals abortus, geboorte-beperking, enz. Gematigde republikeinen worden daar gedwongen kleur te bekennen tegenover de democraten, of anders een heel blok kiezers tegen zich te krijgen, die de wetgevende vergadering van de betrokken staat kan verlammen (onbestuurbaar maken door plannen van de tafel te vegen).

De meeste republikeinen zijn gematigde politici en geen ‘vechtersbazen’, zoals in Washington D.C. Mensen van ‘christelijk rechts’ kunnen vaak niet met hen opschieten, hoewel onder hen twee stromingen bestaan: strikt en minder strikt. Laatstgenoemden hebben de meeste invloed in de staat Zuid Carolina, onder de gouverneur David Wilkins.
Gebed in de openbare scholen, meer ruimte voor de christelijke scholen (met subsidies), zijn nu aan de orde in een groot aantal staten met ongeduldige republikeinen die vast besloten zijn alles te halen wat ze maar kunnen uit hun vier jaar in de wetgevende vergadering.

In Iowa hebben jonge republikeinen oudere collega’s vervangen. De ‘speaker’ werd Ron Corbett, die abortussen wil verbieden, de doodstraf weer in voeren en de belastingen voor kleine zakenmensen verlagen.
Het zelfde gebeurde inmiddels in Kansas, waar de zeer conservatieve Tim Schallenburger nu zijn staat leidt naar een nieuw respect voor oude waarden.